
Wat zijn de gevolgen als u de normen voor instrumentatiekabels niet naleeft?
Niet-conforme instrumentatiekabels veroorzaken signaalverlies, apparatuurstoringen en veiligheidsrisico's.
Uit branchegegevens blijkt dat 80% van de installaties die niet aan de voorschriften voldoen, binnen 18 maanden problemen ondervinden.
Ontdek de werkelijke gevolgen van het negeren van de eisen van EN 50288-7, IEC 60332 of NEC – en waarom naleving uw installatie beschermt.

Hoe kies je de juiste meeraderige instrumentatiekabel voor jouw project?
Bij de selectie van meeraderige instrumentatiekabels moet rekening worden gehouden met het aantal aderparen (1-100+), de geleiderdikte (18-24 AWG / 0,5-2,5 mm²), het type afscherming (folie/vlechtwerk/composiet) en het materiaal van de mantel (PVC/LSZH/PUR).
Deze handleiding behandelt de naleving van EN 50288-7 en een stapsgewijs selectiekader voor analoge en digitale signalen.

EN 50288-7-norm uitgelegd: Wat kopers van instrumentatiekabels moeten weten
EN 50288-7 is de Europese norm voor instrumentatie- en besturingskabels, waarin elektrische parameters (impedantie, capaciteit, demping), mechanische eigenschappen, brandvertragendheid en temperatuurwaarden zijn gespecificeerd.
Kopers dienen te controleren of het product voldoet aan de CE-markering en de projectspecificaties.
Leer de belangrijkste vereisten en de selectiechecklist kennen.

Getwist paar versus coaxiaal versus BS5308: welke instrumentatiekabel moet u kiezen?
De keuze tussen twisted pair (voor minder overspraak), coaxiaal (voor hoge frequenties) en BS5308 (specificatie voor olie en gas) hangt af van het type signaal, de afstand en de omgeving.
Getwist paar is uitermate geschikt voor 4-20mA en RS485. Coaxiaal is geschikt voor hoge frequenties en video.
BS5308 voegt mechanische bescherming en IS-classificatie toe voor petrochemische installaties.

Wat is een afgeschermde instrumentatiekabel en waarom is afscherming belangrijk?
Intrinsiek veilige kabels moeten lichtblauw (RAL 5015) zijn volgens IEC 60079-14 voor identificatie van explosiegevaarlijke zones.
Deze verplichte kleurcode stelt elektriciens in staat om IS-circuits direct te onderscheiden van niet-IS-stroomkabels, waardoor onbedoelde aansluiting van gevaarlijke energie wordt voorkomen.


Moet intrinsiek veilige kabel per se blauw zijn?
Ja, volgens IEC 60079-14 MOETEN intrinsiek veilige kabels een lichtblauwe (RAL 5015) buitenmantel hebben voor identificatie in explosiegevaarlijke omgevingen.
Deze verplichte kleurcode maakt directe visuele herkenning van IS-circuits mogelijk, waardoor onbedoelde aansluiting van niet-IS-voeding wordt voorkomen.
Er bestaan beperkte uitzonderingen voor zeer dunne kabels en bestaande installaties.

Wat is een intrinsiek veilige SWA-pantserkabel?
Een intrinsiek veilige SWA-kabel (Steel Wire Armour) combineert energiebeperking (IS) met mechanische bescherming (staaldraadpantser). De kabel is bestand tegen pletten tot 4000 N/10cm, biedt bescherming tegen knaagdieren en ongedierte en heeft een hoge treksterkte voor veeleisende installaties in explosiegevaarlijke omgevingen. De lichtblauwe LSZH-mantel zorgt ervoor dat de kabel voldoet aan de IS-normen, terwijl het pantser de duurzaamheid verhoogt.

Wat is een intrinsiek veilige brandalarmkabel?
Een intrinsiek veilige brandalarmkabel combineert energiebeperking (voorkomt ontsteking) met circuitintegriteit (behoudt de werking tijdens brand).
Gecertificeerd voor gevaarlijke zones (Zone 0/1/2) met classificaties zoals FE180 (180 minuten brandwerendheid) en LSZH-bekleding.
Leer hoe IS-brandkabels branden detecteren zonder ze te veroorzaken.

Waarom zijn intrinsiek veilige kabels blauw?
Intrinsiek veilige kabels zijn blauw (RAL 5015) volgens IEC 60079-14 voor onmiddellijke visuele herkenning in explosiegevaarlijke omgevingen. Deze verplichte kleurcode stelt elektriciens in staat om IS-circuits direct te onderscheiden van niet-IS-stroomkabels, waardoor onbedoelde aansluiting van gevaarlijke energie wordt voorkomen. Lees meer over de norm, uitzonderingen en selectiecriteria.


